Bellinckhof als woonplaats van NSB-leider

Bellinckhof als woonplaats van NSB-leider

De NSB wordt in december 1941 de enige toegelaten partij in Nederland. Een jaar later krijgt Anton Mussert de (ere)titel Leider van het Nederlandse volk. Werkelijke macht heeft hij als NSB-leider niet. De NSB is tijdens de bezetting slechts een hulptroep van de Duitsers. Mussert verhuist in 1944 naar de Bellinckhof. Waarom? 

Buitenplaats de Bellinckhof in Almelo. Fotograaf: Merel Spithoven. 
Anton Mussert. Bron: Nationaal Archief. 

Dolle Dinsdag 

Op Dolle Dinsdag, 5 september 1944, slaan Duitsers en NSB’ers massaal op de vlucht. Ze hebben geruchten gehoord over bevrijding. Mussert besluit tot evacuatie. NSB-partijleden uit het westen en het centrum van het land moeten naar het oosten evacueren. Mussert verplaatst zijn hoofdkantoor van Utrecht naar Almelo. Hij verhuist met zijn vrouw naar de Bellinckhof. Het landhuis van de textielfamilie Ten Cate. Niet ver van de grens, voor het geval hij verder moet vluchten. 

Duitse militairen vluchten op Dolle Dinsdag met een bakfiets vol bezittingen. Bron: NIOD Institute for War, Holocaust and Genocide Studies. 

Maria Mussert-Witlam 

Om veiligheidsredenen was Mussert niet vaak thuis, maar zijn vrouw, Maria Mussert-Witlam wel. Ze bewoont de Bellinckhof netjes en wandelt elke dag een rondje door de buurt, met beveiliging. Ze wandelt door de moestuin naar de boerderij verderop. Hier krijgt ze melk verdund met water. Er wordt een klacht ingediend over de verdunde melk. De boer beweert dat gebrekkige voeding van de koeien de oorzaak is. Hij ontvangt een lading aardappelen. De koeien krijgen niks extra, maar de melk wordt minder verdund. 

Maria Mussert-Witlam in de huiskamer van het vorige huis in Utrecht. Bron: NIOD Institute for War, Holocaust and Genocide Studies. 

Mussert zetelt in de Bellinckhof tot 2 april 1945. Twee dagen later volgt de bevrijding voor Almelo. Na de bevrijding nemen Canadese officieren hun intrek in de Bellinckhof.