De Eversberg
Over dit object
Beschrijving Object / Locatie

De geschiedenis van landgoed de Eversberg voert naar de 14e eeuw, toen de naam voor het eerst werd vermeld. Gelegen op een zandkop aan de rivier de Regge heeft dit landgoed al eeuwenlang een enorme aantrekkingskracht op haar adellijke bewoners. Het hoofdhuis, de boerderijen en het landschap zijn altijd volgens ‘de laatste mode’ gemoderniseerd. Met name rond de 18e eeuw voerde Thimon Cornelis van Heerdt aanzienlijke wijzigingen door. Kenmerken van deze vroege landschapsstijl zijn nog vindbaar op het landgoed, maar stonden in 2014 onder druk. In een grensoverschrijdend project zijn met rode ontwikkelingen op het landgoed en langs de Regge middelen vrijgespeeld om landgoed de Eversberg de opknapbeurt te geven die het verdient. Een nieuwe routing, bos- en laanherstel staan centraal. Daarnaast zijn oude elementen in een nieuw jasje gestoken en nieuw leven ingeblazen. De Engelse Tuin is hersteld, een nieuwe berceau toegevoegd en ook het originele ‘terrein van vermaeck’ is opgeknapt, waarbij de herstelde kijkheuvel met kurketrekkerpad en de ronde vijver met eiland de belangrijkste trekpleisters zijn. In de fundamenten van het oude hoofdhuis is ruimte voor een vleermuizenkelder.
Deze havezate is in 1944 door een noodlottige brand verwoest.
In 1457 werd dit huis voor het eerst genoemd.

Bezitsgeschiedenis
Het was gelegen waar nu de spoorlijn naar Almelo de Regge kruist, op de grens van de gemeenten Hellendoorn en Wierden. Het oudste stuk waarin het goed wordt genoemd is van 21 april 1457 waarin Johan van den Water door Bisschop David van Bourgondië wordt beleend met de tienden van de Eversberg. Het is dan gelegen in de marke Nother in Rijssenerkerspel, rigtambt van Kedingen.
In 1612 is het als havezate in bezit van Adam van Heerde(I), gehuwd met Cornelia van Coeverden tot Rhaen.
Herman van Heerdt (II, geb 1628) is de opvolger van Adam. In 1637 wordt hij geadmitteerd. Hij draagt het tot dusverre vrije,allodiale goed (eigen, niet afhankelijk van een leenheer) in 1652 op als leen aan de provincie in ruil voor zekere tienden in de kerspel Raalte. Hij trouwt met Sophia van Ittersum (waarmee hij vijf kinderen krijgt) en als zij overlijdt hertrouwt hij met Anna van Coeverden. Hij sterft kort na 1683.
De oudste zoon Robert(III) van Heerdt trouwt met Everhardina Sloet en overlijdt als Lid van de Admiraliteit in 1671.
In 1686 wordt het leen overgedragen aan de kleinzoon van Herman, Boldewijn (IV). Deze heeft het gebracht tot luitenant-colonel en is gehuwd met Johanna van der Heiden. Hij overlijdt in 1720.
Robert Frederik (V, geb 1698) wordt in 1721 beleend en in 1727 geadmitteerd. Hij sterft in 1755.
Joan Adriaan (VI, geb.1728) erft van een tante het halve erf en het goed Groot Lochter in Notter. In 1756 wordt hij beleend met de Eversberg, als ook erve Koolmans ‘gelegen voor de Poorte van voors. Huys, het halve erve Butvoort bij Hellendoorn, de Caterstede het Nieuwe Land, voorts de Visscherije tot het Huys E. gehoorende.’
Hij wordt geadmitteerd in 1758 en trouwt met Cornelia Charlotte Boey.
Timon Cornelis(VII, geb. 22 jan. 1761) en Jacob Carel Frederik van Heerdt tot Eversberg(VII) zijn nog minderjarig als zij in 1766 worden beleend. Daarom gebeurt het op naam van hun grootvader Mr. Thimon Boey. Het vindt opnieuw plaats in 1779 op naam van Gerhard ter Horst, secretaris te Rijssen, die dan administrerend voogd is over Timon C. Deze wordt pas zelf op eigen naam beleend in 1786. Timon C. is kamerheer van de Prins van Oranje, en later hofmaarschalk. Hij overlijdt in 1844.
In 1814 wordt hem de titel graaf verleend met erfelijke overgang als de eerstgeborene een zoon is. De jongere kinderen krijgen de titel van baron, evenals de wettige kinderen van Jacob Carel Frederik.
Willem Hendrik Graaf van Heerdt tot E. (VIII, geb.1783) brengt het tot generaal-majoor der Infanterie en is Lid van de provinciale Staten van Overijssel en Ridder in de Militaire Willemsorde. Hij trouwt met Maria E.Gevers Leuven. Ze overlijden beide in 1864 en worden in de grafkelder te Hellendoorn begraven.
De oudste zoon van de generaal heeft enige tijd gewoond in het kleine spijker (oorspronkelijk een klein landhuis, cq korenschuur, graanzolder) het ‘Diekhuis’,in die tijd een soort zomerverblijf op het terrein van de havezate, waar Thomas Ainsworth in 1841 plotseling was overleden. Door wanbeheer moet hij enige erven verkopen en hij verdwijnt daarna met de noorderzon.
In 1867 wordt de havezate met de boerenerven Kollen, Veurding, het Brandershuis, de Landman, Timpers, het Slijkhuis,de Scheper en Portland publiek verkocht. Het geheel van 232 bunder brengt 45035 gulden op. Het grootste deel plm 200 bunder wordt door Hein ten Cate te Almelo gekocht voor zijn vader. Als deze overlijdt erft zoon Hein het Warmtink en komt de Eversberg aan zijn dochter, de echtgenote van notaris Veening te Almelo.
In 1872 wordt het opnieuw geveild. Het is dan een landgoed, nog plm 63 ha. groot, met twee bouwhuizen en een boswachterswoning, alles in goede staat.
In 1889 wordt het huis en de bijgebouwen voor een groot deel gesloopt. De restanten worden publiek verkocht.Een rentenier, Jan Boer wordt eigenaar. Hij verkoopt het aan Emile van Heerdt tot Eversberg waardoor het weer in de familie terecht komt, maar deze komt er niet wonen. Wel wordt op de fundamenten van de oude havezate in oude stijl, een nieuw huis gebouwd. Het wordt verhuurd aan Jhr. U. de Kempenaer. In 1943 wordt het door brand verwoest.

Kaart