fbpx

Water op landgoed Huis te Breckelenkamp

Breckelenkamp | Overijssel

23 mei 2021 | Barbara Joustra


Een interview met medebeheerder Erik Wanrooij

Bij Lattrop in de meest noordoostelijke punt van Twente beheert de familie Wanrooij Landgoed Huis te Breckelenkamp, ingebed in het authentieke essenlandschap. Anno 2021 is het een het gaaf bewaard classicistisch samenspel van “groen, blauw en rood”: een robuust huis binnen een geometrisch stelsel van grachten en bomenlanen, zoals dat rond het midden van de 17e eeuw werd gecreëerd door de familie Bentinck. De bouw- en voorgeschiedenis gaan nog verder terug. Al in de 13e eeuw was er sprake van een “tyhuis”, waar recht gesproken werd. Het gebied was toen moerassig, tegenwoordig is het juist de kunst voldoende water toe te voeren en vast te houden. 

Water is voor de Breckelenkamp een belangrijk thema, vertelt Erik Wanrooij. Samen met zijn zus Karin is hij betrokken bij het beheer. Beide wonen met hun gezinnen elders, maar ondersteunen steeds meer hun ouders Matthijs en Gerrie die de havezate in 1991 kochten, restaureerden en bewonen. Met zijn bedrijfseconomische achtergrond was Erik aanvankelijk vooral ondernemer in de informatietechnologie en ondernemingsfinanciering. Na een periode als bedrijfsadviseur in Oost-Europa, maakte hij in Nederland een bewuste keuze om zich geleidelijk meer in te zetten voor erfgoedlocaties waar cultuur en natuur samen komen. Hij is onder meer actief als bestuurslid bij Stichting Kastelen Buitenplaatsen en Landgoederen (SKBL) en bij Stichting Erfgoed Landfort.

Cultuur en natuur werden binnen de familie altijd gekoesterd, maar de interesse voor historische landgoederen werd bij Erik versterkt nadat zijn ouders het “project Breckelenkamp” waren aangegaan. “Toen ik terugkwam uit het buitenland hadden mijn ouders het ineens gekocht. Zowel ons voormalig ouderlijk huis te Hazerswoude als het familieboerderijtje in Friesland waren weg. Dat was wel even wennen.” Maar het paste bij zijn ouders, allebei afkomstig uit het Overijssel, om daar naartoe terug te keren en de vervallen havezate in oude luister te herstellen.

Liefde voor natuur en cultuur
Erik vertelt ”Nadat de Breckelenkamp aan het begin van de 20e eeuw door leegstand eerst tot een halve ruïne was vervallen, volgde na een grote restauratie in de jaren veertig het andere uiterste. Na zeer intensief gebruik gedurende veertig jaar door de Jeugdherberg Centrale was de plek zo uitgewoond dat een tweede grootschalige restauratie noodzakelijk was voor het behoud. Mijn ouders hebben dat op zich genomen en een enorme kwaliteitsslag gemaakt.”

Zo werd het huis gerestaureerd met aandacht voor de vele bouwhistorische schatten die het herbergt, waaronder originele schouwen, wapenstenen, een zeldzaam 17e-eeuws beschilderd plafond – zelfs vier “gemakjes” uit die eeuw, uitstekend boven de slotgracht, bleven behouden. Centraal werd de grote zaal, waar vroeger “het tyhuis” was, geschikt gemaakt voor ontvangsten zoals huisconcerten. Een deel van het oorspronkelijke terrein kon door koop en ruilverkaveling weer toegevoegd worden zodat het terrein van 3,5 hectare tot een meer volwaardig landgoed van zo’n 17 hectare uitkwam. De bijzondere structuur van grachten en bomenlanen werd hersteld en aan de hand van oude kaarten opnieuw ingevuld met onder meer een moestuin, siertuinen, een parkaanleg en een boomgaard. Een kas uit 1903, die eerder in Hilversum had moeten wijken voor nieuwbouw, werd op de Breckelenkamp weer opgebouwd. Ook een Saksische vakwerkschuur kreeg hier een nieuwe plek. De nieuwe oranjerie werd in 1997 gebouwd met behulp van 18e-eeuwse technieken.

Voordat het coronavirus uitbrak, ontving de familie zo’n 1500 bezoekers per jaar tijdens opentuindagen en huisconcerten. De plek heeft zoveel geschiedenis – het nu niet kunnen delen met andere liefhebbers wordt als een gemis ervaren.

Droogte bedreigt het hele landgoed
Het landgoed is omringd door boerenbedrijven. Velen maakten vroeger deel uit van het landgoed toen dat nog 200 hectare groot was. Erik: “Van oudsher was er een symbiose met de omgeving, zowel landschappelijk als economisch. Maar sinds de 19e eeuw is er veel gewijzigd in de waterhuishouding in die omgeving. Zoals voor boerenbedrijven in veel regio’s in ons waterrijke land noodzakelijk was, had water afvoeren prioriteit en werden sloten (en rioleringen) gegraven. Mede door de toenemende droogte van ons klimaat raakt de grondwaterstand tussen het landgoed en het omringende gebied steeds meer uit evenwicht. Dit vormt een bedreiging – niet alleen voor de tuinen, de bijzondere structuur van bomenlanen en grachten, maar ook voor de bebouwing. Wanneer de houten funderingen van het huis en wachttorentje door een te lage grondwaterstand blootgesteld worden aan de lucht, treden rotting en verzakking op.”

Drie maatregelen
Erik licht toe: “De verdroging is het grootste probleem en het wordt nog versterkt doordat water op verdroogde grond minder goed wordt opgenomen. Als we niets zouden doen sterft het landgoed als het ware af en lopen delen van de bebouwing zoveel schade op dat het alleen maar kostbaarder wordt om dat weer te herstellen. Er zijn tot dusver drie maatregelen genomen om het grondwaterpeil op een niveau te handhaven dat voor de Breckelenkamp nodig is. Bij een restauratie in de jaren zestig van de 20e eeuw werd al een pomp in de binnengracht rond het huiseiland geïnstalleerd. Deze pomp is tegenwoordig voorzien van een sensor zodat hij bij een te lage waterstand automatisch grondwater oppompt om het water in de gracht op peil te houden. In samenwerking met de provincie en het waterschap werd in 2010 op het zuidwestelijk deel van het landgoed een aanvullende maatregel gecreëerd. Naast een bestaande vijver werd een tweede vijver gegraven. Met behulp van een ondergrondse buis werd water uit de Gele Beek, een zijtak van De Dinkel, naar deze vijvers geleid. Speciale moerasplanten, de helofyten, filteren onzuiverheden uit dit water. Helaas valt door het droogvallen van de Gele Beek sinds een aantal zomers op rij deze extra toevoer soms ook stil. In 2021 werd als derde maatregel een stuwdammetje in de buitengracht aan de noordoostkant van het landgoed geplaatst om water vast te kunnen houden. Of dit geheel van maatregelen voldoende werkt, moet de toekomst uitwijzen.”

Toekomstvisie
Uit Eriks blik op de toekomst spreekt het bedrijfskundig denken in lange termijnen, scenario’s van kansen en bedreigingen en de zorg voor het behoud van historische landgoederen. “Mijn ouders hebben bijgedragen aan het herstel en de verdere ontwikkeling van de Breckelenkamp. Het volgende doel dat ik voor de toekomst zie is vooral zorgen voor een solide begroting. Zo kunnen we wellicht meer opbrengsten genereren met activiteiten in gebouwen buiten het hoofdgebouw, in de Saksische schuur bijvoorbeeld. Al zal er meer nodig zijn. Want het onderhoud van de historische tuinen en gebouwen blijft natuurlijk een grote kostenpost. Maar als je het groter bekijkt, als je kijkt naar dit hele gebied, zijn er zoveel belangrijke waarden op gebied van natuur en cultuurhistorie die elkaar versterken.

Lange termijnen
Voor het behoud van de Breckelenkamp moet je in lange termijnen denken, maar dat is ingewikkeld zo geeft Erik toe. “Je hebt met allerlei partijen te maken, met verschillende waarden, belangen en termijnen waarin gedacht wordt. Naast het klimaat, spelen de economische bedrijvigheid en de natuur- en cultuurhistorische waarden een grote rol. Wat wil je behouden, ook voor toekomstige generaties? En wat is de samenhang van die waarden? Als je te lang wacht, kan er onomkeerbare schade ontstaan. Het gevaar is dat als je het één verwaarloost, je het ander in je val meetrekt.” Het mooiste zou zijn als je daar met alle betrokken partijen tijdig overleg over zou kunnen hebben en rekening houdend met ieders belangen tot een gemeenschappelijk doel kan komen. Dat kun je als particulier landgoed niet alleen. Een breed gedragen waardering voor dit erfgoed is nodig voor het behoud, niet alleen voor de Breckelenkamp.”

“De rol van de overheid is een onzekere factor. Hoe ontwikkelt die zich? Als die in de toekomst vooral normerend en controlerend zal zijn, is dat niet gunstig. Je kunt voor historische landgoederen niet komen met “one size fits all”-oplossingen. Er moet ruimte blijven om zelf te kunnen improviseren en lokaal met betrokkenen tot oplossingen te komen. Dit soort locaties staan er nog – mede omdat ze in de afgelopen eeuwen juist goed waren in improviseren. De deskundigheid van overheidsinstellingen op gebied van restauraties en landschapsbeheer is natuurlijk zeer waardevol. Maar de overheid zal ook op andere manieren moeten participeren.”

Toekomstige generaties
“Het behoud kun je alleen in bredere zin samendoen. Dat geldt voor veel landgoederen en buitenplaatsen in Nederland. Een factor die eveneens van groot belang is, is het enorme legioen aan vrijwilligers die meehelpen op landgoederen. Het zou verstandig zijn daar onderzoek naar te doen. Nu zijn het veelal mensen boven de vijftig die enorm betrokken zijn. Maar zal die betrokkenheid ook bij toekomstige generaties blijven?”

Erik vindt dat een evenement als Dag van het Kasteel een mooie manier is om kennis over landgoederen over te brengen. “Daarom hebben we ook een waterwandeling gemaakt. Omdat de wandeling bij ons door de particuliere tuinen voert, kunnen we de app alleen “aan” zetten tijdens opentuindagen. Mocht dat dit jaar niet mogelijk zijn tijdens Dag van het Kasteel vanwege veiligheidsmaatregelen van de overheid, dan doen we dat graag op een ander moment zodra dat weer mogelijk is.”

Zie voor meer informatie over de Breckelenkamp en openingstijden deze website en www.breckelenkamp.nl