fbpx
10639

De speurtocht naar het kasteel van Oudheusden

Oudheusden | Noord-Brabant

30 november 2021 | Bas Aarts


Er is een boek verschenen over de geschiedenis van Oudheusden. Dat is op ’t oog een nieuwbouwdorp – zonder kerk, maar met een moskee – in het schootsveld van het vestingstadje Heusden aan de Maas. Een roemruchte geschiedenis zie je er niet aan af, maar het boek bewijst dat deze er wel degelijk is geweest. De auteur was gevraagd om in zijn bijdrage de kennis omtrent de verdwenen kastelen van het dorp weer eens bij de tijd te brengen. Hieronder wat opvallende zaken daaruit en geplaatst in een persoonlijk perspectief.

De Schets
In 1971 werd ik als jonge ‘kastelengeïnteresseerde’ door de toenmalig provinciaal archeoloog van Noord-Brabant, Gerrit Beex, gevraagd om eens te gaan kijken in Oudheusden. Daar was een ‘kasteelopgraving’ aan de gang, waar verder geen geld of tijd voor een gedegen begeleiding beschikbaar was. Ter plaatse trof ik aan de rand van een nieuwbouwwijk een afgetrapt weiland, waarop een groep enthousiaste buurtbewoners ijverig aan het spitten was in de harde ondergrond. Het bleek te gaan om een door de burgemeester van Heusden aangemoedigde ‘vakantiebesteding’. Dit om de ter plaatse vermoede kasteelfunderingen bloot te leggen alvorens het gehele terrein bouwrijp zou worden gemaakt voor de geplande nieuwbouw. De werkwijze werd vastgelegd in enkele reportages en geven achteraf een opmerkelijk, zelfs enigszins onthutsend tijdsbeeld. Men had het grootste deel van de funderingen reeds bloot liggen en er werd een diepe put aangetroffen. Verder werden er allerlei aardewerkscherven, munten en musketkogels gevonden, waarmee na afloop een tentoonstelling werd ingericht. Zelf kende ik het kasteel van Oudheusden van een prent van Roelant Roghman. Ik maakte voor mezelf een schetsje van het gevonden muurwerk en borg dat thuis op. Niet wetende dat dit later nagenoeg de enige ‘documentatie’ zou blijken te zijn, op enige foto’s na die door de opgravingsploeg zijn genomen. Binnen enkele dagen was de ‘campagne’ voorbij. De wijk werd snel volgebouwd. Tot een publicatie met een in de krant beloofde tekening van het muurwerk kwam het nooit.

Beeld van het kasteel
Jaren later wilde men nog eens terug blikken op 1971. Er bleek van het kasteel nog een tweede tekening door Roghman te bestaan met voldoende details om bouwkundige uitspraken toe te laten. Gevoegd bij de weergave van de kasteelplattegrond op de oudste kadasterkaart van omstreeks 1830 en het bewaarde privéschetsje ontstond er een betrouwbaar beeld van het complex. Het in 1971 gevonden muurwerk correspondeerde met zowel de flinke oostvleugel die Roghman tekende als met de minder zwaar uitgevoerde noordvleugel met de ingangspartij. Beide vleugels sloten in een opmerkelijk scherpe hoek op elkaar aan, zoals de kadasterkaart laat zien en ook het verloop van het muurwerk tijdens de opgraving bewees. De aangetroffen diepe put zal op het door een ringmuur omsloten binnenplein gesitueerd moeten worden. De zuidoosthoek van de grote oostvleugel kent een lichte inspringing op de kadasterkaart, waar we de door Roghman afgebeelde (trap)toren zullen moeten plaatsen. Het geheel maakt een laatmiddeleeuwse indruk, waarmee het in 1971 geconstateerde baksteenformaat van gemiddeld 25 centimeter lengte wel overeenstemt. Het kasteel is na 1851 afgebroken. Van de bijbehorende voorburcht of neerhof resteerde nog lang een poortgebouw met de jaartalankers 1688 en een aansluitende lage woonvleugel. Ook dit laatste onderdeel van het kasteelcomplex moest wijken voor de schreeuwende behoefte aan nieuwe woonwijken.

Onjuiste informatie
Hier ging mijn zo nuttig gebleken schetsje echter de mist in. Van de omstanders in 1971 begreep ik dat het voorburchtrestant gesloopt is in of rond 1954. En zo kwam dat jaartal ook in het recente boek terecht. Gelukkig is het boek grondig gelezen en kwamen er reacties binnen dat de betreffende sloop enkele jaren later had plaatsgevonden, zo rond 1960. Sommige e-mailers hadden in de betreffende woonvleugel hun kindertijd (tot aan de afbraak) doorgebracht, zodat we op dit punt de bouwgeschiedenis wel mogen bijstellen. Vreemd blijft het dat we vanuit het gemeentearchief nog geen bevestiging hebben kunnen vinden omtrent het feitelijke moment van die toch te betreuren sloop. Opmerkelijk blijft ook een beleidsvisie, waarin het historische Oudheusden rigoureus is ingeruild voor een naoorlogse nieuwbouwwijk en er tegelijk is gestreefd naar de complete herbouw van een zeventiende-eeuwse vestingstad.

Het mysterie Nieuwenroy
We keren even terug naar Roghman en zijn tekeningen van Oudheusden. In de bekende catalogus van diens prachtige kasteeltekeningen staat zonder nadere toelichting ‘Oud-Heusden (= Nieuwenroy)’. We hoorden deze benaming al bij de gravers van 1971. Er is zelfs even een voorstel geweest om de nieuwbouwwijk maar ‘Nyenrode’ te noemen. Gelukkig ging dat niet door, want later bleek hier nogal wat misinterpretatie in het spel te zijn. Oudheusden heeft weliswaar een kasteel ‘Nieuwenrooij’ of ‘Nijenrode’ gekend, maar dat stond heel ergens anders. Een gedetailleerde achttiende-eeuwse kaart situeert het toen voormalige ‘Nieuwen Rode’ ver buiten het dorp. Het is vermoedelijk gebouwd door Gijsbrecht II van Nijenrode (bij Breukelen). Deze behoorde tot de ‘nieuwkomers’ die hun geluk kwamen beproeven in het Land van Heusden, toen dit  in 1357 Hollands was geworden. Twee anonieme tekeningen uit mogelijk 1652 geven een indruk van dit toen reeds vervallen kasteelcomplex dat kort daarop verdwenen moet zijn. De herinnering werd vastgehouden in het romantisch gedicht de ‘Sage van het Slot Nijenrode’ door dominee Pape uit 1850, maar om een of andere reden ‘verhuisde’ de benamingkennelijk naar die van de kasteellocatie in het dorp zelf.

Heusden: oud en nieuw
Het in 1971 blootgelegde kasteelfundering was duidelijk dat van Oudheusden. De vraag rees daarbij wel in welke verhouding dit kasteel en de stichters stonden tot de heren en het kasteel in Heusden-stad. Dat laatste was door J.G.N. Renaud opgegraven in 1948-1949. De stichting daarvan werd door hem geplaatst vóór 1200, voornamelijk op grond van het aangetroffen bouwmateriaal uit de oudste fase, dat uit natuursteen bestond. Renaud beschouwde dit kasteel als de stamburcht van de heren van Heusden, maar ging zelf niet verder in op de historische context. Toen ondergetekende zich hier later in ging verdiepen, ontstond er een ander beeld. De heren van Heusden bezaten een grote heerlijkheid die zich uitstrekte aan weerszijden van de Oude Maas. Het was ook de grensscheiding tussen de bisdommen Utrecht en Luik. Het dorp werd van oudsher ‘Heusden’ (Hoesden) genoemd. Het jongere ‘Heusden-stad’ zou zich gaan ontwikkelen ten noorden van de Oude Maas en zich economisch binden aan de loop van de Nieuwe Maas. Deze handelsnederzetting wordt in 1250 Husdenredam (Heusden) genoemd. Voor het tegenoverliggende dorp zien we eind dertiende eeuw de naam “Oudheusden” (Oudehuseden) in zwang raken, al bleef men ook nog een tijd de oude naam gebruiken. Het zou de duidelijkheid niet altijd bevorderen.

Het kroniekje
Het Stichtingskroniekje van de vlakbij Heusden gelegen Abdij van Berne verhaalt van een vete omstreeks 1130 tussen de abdijstichter, Fulco van Berne, en Herman van Heusden. De kroniekschrijver maakt daarbij duidelijk dat toen (circa 1130) de burcht van Herman zich bevond op de linkeroever van de Oude Maas nabij de kerk van ‘Heusden’.10 Een situatie die in de tijd van de schrijver omstreeks 1225 niet meer bestond. Het kroniekje geeft dus aan dat we de stamburcht van de heren van Heusden moeten zoeken in dat Oudheusden aan de zuidkant van de rivier. Waarom die burcht daar tegen het midden van de dertiende eeuw niet meer stond, vertelt het kroniekje er niet bij.

De ramp van 1202
In september 1202 raakte Jan, heer van Heusden, betrokken bij de ‘grote politiek’. Hij zou er niet zonder kleerscheuren van afkomen. Maar misschien was hij niet geheel van schuld vrij te pleiten. Het leger van graaf Dirk VII van Holland had een overval gepleegd op de nog prille Brabantse stadsstichting ’s-Hertogenbosch. Beladen met buit en gevangenen waren de Hollanders op de terugtocht. Daarbij werden ze echter ingehaald door de troepenmacht van de Brabantse hertog en vernietigend verslagen. De eigentijdse abdijkronieken van Egmond en Park melden daarbij de gevangenneming van graaf Dirk bij ‘het dorp en het kasteel Heusden’ en meer expliciet de ‘verwoesting van het kasteel van Heusden’. De goed geïnformeerde vijftiende-eeuwse kroniekschrijver Emond van Dinther verduidelijkt voor zijn lezers dat het hier gaat om ‘Outhoesden’, ter onderscheiding van Heusden-stad dat intussen veel belangrijker was geworden. Met dit alles in het achterhoofd begrijpen we dat de Hollandse nederlaag van 1202 dus plaatsvond in wat later Oudheusden ging heten. De verwoeste burcht was het stamslot van de heren van Heusden, waarvan het Stichtingskroniekje van Berne terecht opmerkte dat die omstreeks 1225 niet meer bestond. Het feit dat de Hollanders bij hun terugtocht kennelijk kozen voor het oversteken van de Oude Maas bij Oudheusden, betekent vermoedelijk dat ‘die van Heusden’ betrokken waren geweest bij de overval op ‘s-Hertogenbosch. Iets wat latere Bossche kronieken ook van harte suggereren. De prijs voor Jan van Heusden was echter hoog, zoals we zagen. Het zal hem genoopt hebben zijn burchtzetel te verplaatsen naar de overkant van de Oude Maas. Dat gaf een extra bescherming tegenover eventuele hernieuwde Brabantse agressie en, misschien nog wel belangrijker, een directe aansluiting bij de ontluikende handelsnederzetting aan de Nieuwe Maas. Op basis van onze historische speurtocht kunnen we daarmee de oudste fase van het door Renaud opgegraven kasteel in Heusden-stad bijstellen tot kort na 1202. Blijven we nog zitten met de vraag waar in Oudheusden dan die stamburcht heeft gelegen en of het kasteel van de schets van ‘1971’ daar wat mee te maken kan hebben.

Zoeken rond het kerkhof
Afgaande op het eerder genoemde Stichtingskroniekje zou de eerste burcht van ‘Heusden’ gelegen hebben naast of nabij de kerk van Sint-Jan-Evangelist in Oudheusden. Die kerk heeft de Nederlandse Opstand niet overleefd, maar de locatie is nog herkenbaar als die van het voormalige kerkhof. We hebben dan ook lang vermoed dat het gezochte stamslot daar in de omringende boomgaard gelegen kon hebben. Met welwillende financiële ondersteuning van de gemeente Heusden en de fysieke trekkracht van heemkundekring ‘Onsenoort’ werd het in maart 2012 mogelijk deze hypothese te toetsen. Een geofysisch onderzoek met begeleidende grondboringen op en rond het kerkhof moest uitkomst brengen. Het resultaat was positief in negatieve zin. Er zijn geen sporen aangetroffen van bijvoorbeeld een grachtenstelsel dat op een burcht locatie had kunnen duiden. Verrassend was wel de vondst van een bescheiden rechthoekige omgrachting rondom het licht verhoogde kerkhof. In de ondergrond van dat kerkhof zitten ongetwijfeld nog de funderingen van het twaalfde-eeuwse kerkgebouw verborgen.

Zoektocht naar de stamburcht op een andere locatie
Het idee overheerst nu bij mij om de stamburcht van de heren van Heusden niet meer dwingend ‘naast’ de kerk locatie te zoeken, maar 250 meter verderop op de graafplek van 1971. We weten namelijk dat een zijtak van de heren van Heusden zich eind dertiende eeuw ‘Van Oudheusden’ in plaats van ‘Van Heusden’ ging noemen. Dat duidt in de regel op het ontstaan van een dependance en de bouw van een eigen huis voor een zijlijn van de familie. Dat werd het kasteel waarvan we in 1971 de muurresten terugvonden. Het is aannemelijk dat men voor de stichting ervan gebruik heeft gemaakt van het nog aanwezige familiegoed in Oudheusden, het dorp van herkomst. De plek van de in 1202 verwoeste burcht zal daar deel van hebben uitgemaakt en kan daarmee zijn uitgekozen voor een herstart binnen de familie. Iets van een mogelijk continuïteitsgevoel proeven we in de wat cryptische omschrijving als het (nieuwe) kasteel van Oudheusden voor het eerst is vermeld in 1332. Helaas hebben we daarmee nog geen zicht op het typologisch karakter van dat lang gezochte stamslot. Maar voorlopig kan de hier weergegeven schets van de speurtocht naar de kastelen van Oudheusden worden voltooid.

Afbeeldingen:
Afbeelding 1: Tekening Kasteel Heusden , 17e eeuw door Roelant Roghman. Foto via Canicula. Bron: Aanleggen in Heusden aan de Bergsche Maas – Varen met de Canicula
Afbeelding 2: Kaart van de stad Heusden, ca 1560 door Jaco van Deventer – Foto via Institutions for Collective Action. Bron: Types of institutions for collective action – Beguinages | Collective Action Newsletter (collective-action.info)