Het gevaar van extreme droogte

Klimaatverandering - droogte | Overijssel

04 februari 2021 | Heidi van Limburg Stirum


Klimaatverandering veroorzaakt zware stormen, langere periodes van droogte, hoge temperaturen en periodieke excessieve regenval. Vooral verdroging is een bedreiging voor monumentale gebouwen en historisch groen op de hogere zandgronden in Oost-Overijssel.

Veel historisch groen op buitenplaatsen en landgoederen in Oost-Overijssel ligt op hogere zandgronden. Die krijgen slechts in beperkte mate water aangevoerd vanuit de rivieren en zijn voornamelijk aangewezen op ‘eigen’ grondwater. Het peil daarvan is echter voor een belangrijk deel afhankelijk van de jaarlijkse neerslag. De klimaatverandering met verwachte langere perioden van droogte heeft daarom grote impact.
Joukje Bosch, werkzaam bij het Overijssels Particulier Grondbezit (OPG), is betrokken bij het programma Zoetwatervoorziening Oost-Nederland (ZON). Dat onderzoekt de huidige en toekomstige droogteproblematiek en brengt mogelijke oplossingen en maatregelen in kaart. Volgens Bosch is de klimaatproblematiek breed maar springt de droogte in het oog. “Voor het derde jaar op rij lijken we een hele droge zomer te krijgen”. De onderzoeker ziet in haar praktijk legio voorbeelden van de schade die dat veroorzaakt. Sprekende voorbeelden zijn Landgoed De Weele in Boekelo en Huis te Brecklenkamp in Lattrop.

Bosvijver op De Weele staat droog
Eind 19e eeuw werden de eerste buitenplaatsen in Twente aangelegd. Het was het begin van een enorme landschappelijke transformatie. De rijkdom, vergaard met de textielindustrie, maakte het mogelijk bos- en heidegebieden om te vormen tot parken en tuinen.

Ook W.H. van Heek, destijds directeur van de Boekelose Stoomblekerij, gaf in 1912 architect Willem de Clerq opdracht een landhuis te schetsen en te bouwen. Daaromheen werd een park aangelegd naar ontwerp van tuinarchitect P.H. Wattez. “Op de plek waar zand werd afgegraven voor de bouw ontstond een natuurlijke bosvijver, gevoed door kwelwater”, weet Joukje Bosch. “Tot circa 1940 werd hierin gezwommen, tot de jaren tachtig op geschaatst Het waterpeil is inmiddels gezakt. Nu zie je een verruigende plek, detonerend in het park. Alleen in de winter en bij regenval staat er water in. De rest van het jaar is het een moerassige kuil; het directe gevolg van het wegzakkende grondwaterpeil. Makkelijke oplossingen zijn er niet”. De bosvijver ondieper maken of de vijverbodem bekleden met leem zijn mogelijke ingrepen. Maar die zijn kostbaar en geven geen garantie dat de vijver ook in de zomer water bevat.

Aantasting fundering
Huis te Brecklenkamp kent een lange geschiedenis. De oorsprong ligt omstreeks 1400. In de 17e eeuw bouwden Everhard Bentinck en zijn vrouw Euphenia van der Marck het monumentale omgrachte onderkomen. Het probleem van het Huis te Brecklenkamp is van geheel andere aard. Het tekort aan water in de gracht tast de houten fundering van het pand aan.

Bosch: “Bij de eerste restauraties eind jaren negentig zijn op circa veertig meter diepte twee bronnen aangelegd om het waterpeil in de gracht op niveau te houden. Al jarenlang wordt in het zomerseizoen grondwater opgepompt uit deze bronnen. De verdroging wordt hierdoor lokaal nog eens extra versterkt. Vroeger was altijd ruim voldoende water in het gebied beschikbaar. De waterstand van de omliggende gronden is op landbouwpeil gebracht (lees: verlaagd). Het probleem wordt door de bijkomende droogte jaarlijks bedreigender. In 2010 is nog geprobeerd met een nieuw watertoevoerkanaal vanuit rivier de Dinkel het waterpeil in de gracht op niveau te houden. Maar sinds 2018 ligt dit toevoerkanaal al in mei droog vanwege het lage waterpeil in de rivier. Dus het enige wat resteert, is blijven pompen. Het is een vicieuze cirkel”. Om het probleem van droogte op te lossen, is volgens Bosch een andere aanpak nodig. “We zoeken nu naar oplossingen door een systeemanalyse te maken van het ruimere gebied rond de buitenplaats. Wat ik ook zie, is dat mensen wel gewend zijn dat er voor landbouw en natuur maatregelen nodig zijn. Maar iets doen om erfgoed te behouden, leidt nu nog tot gefronste wenkbrauwen. Dat moet veranderen”.

Het artikel verscheen in het blad MONUMENTAAL, nr. 4, 2020.  Lees HIER het artikel.