fbpx

Houten ‘nestkastjes’, de latrines van de 14e eeuw

Nijenbeek | Gelderland

29 januari 2021 | Rob Gruben


Op deze uit omstreeks 1919 daterende ansichtkaart zien we de burcht Nijenbeek aan de IJssel. In het oog springend zijn de privaatkokers tegen de torengevel, en daarover handelt deze bijdrage. Een tijdje geleden namelijk vormde het onderwerp `privaten’ of `gemakken’ bij middeleeuwse kastelen het onderwerp van de Kastelenstudiegroep, de groep van kasteelonderzoekers in Nederland. Uitvoerig werd er over gediscussieerd.

Taco Hermans en Jan Kamphuis publiceerden de bevindingen in een Duitse bundel. Wat hebben we zoal kunnen concluderen? Als eerste moet u weten dat het doen van de behoefte in vroeger tijden een sociaal gebeuren was: bij Romeinse kampen waren aan de buitenranden hele batterijen aaneengeschakelde toiletgelegenheden aanwezig. Men zat gezellig naast elkaar zijn behoefte te doen. Schaamte zoals wij die nu kennen was er toen niet. Dat veranderde langzaam in de Middeleeuwen. Toen zat men liever `op zijn gemak’ en ontstonden er met name in kastelen separate gelegenheden om de behoefte te kunnen doen. `Privaten’ werden ze genoemd, men zat er in tegenstelling tot in het
verleden redelijk privé. Jan Kamphuis twijfelt trouwens vanwege de krapte van dergelijke privaten aan het praktische gebruik ervan: ze waren te smal `om je kont te kunnen keren’, je schuurde je dure kleding stuk aan de ruwe muren en er was vrijwel nooit een kaarsnis, zodat toiletteren in de nacht een ware uitdaging zal zijn geweest. Misschien dienden ze daarom enkel om de pispot of bedpan te legen. Overigens ontlenen we een spreekwoord aan deze kleine hokjes: omdat de baksteen erg koud was voor de blote billen, maakte men vlak voor de stortopening een
houten zitbalk, die wat warmer aanvoelde. En omdat er niet alleen fecaliën, maar ook allerlei kapot huisraad door die koker werd gegooid, snappen we nu waar de uitdrukking `over de balk gooien’ vandaan komt. Fred Vogelzang wees me op de Engelse situatie, waar in privaten kleding werd opgehangen. De uit de koker opstijgende ammoniakgassen doodden het ongedierte. We ontlenen er de naam `garderobe’ aan.
De dikte van de kasteelmuur liet het meestal toe de afvoerkoker van zo’n gemak of privaat in het inwendige van de muur op te nemen. Die situatie treffen we dan ook regelmatig aan. Probleem hierbij was dat aan het uiterlijk van het gebouw niet zichtbaar was dat de betreffende kasteelheer de modernste voorzieningen in zijn onderkomen had, dat zijn woning `van alle gemakken was voorzien’. Daarom zien we in toenemende mate dat de privaten worden uitgebouwd en via een koker in de slotgracht lozen. Jan Kamphuis suggereert zelfs dat bij kasteel Brederode de uitgebouwde toiletkokers als architectonisch element werden gebruikt. Een ander voordeel van uitgebouwde kokers
ten opzichte van in de muur aanwezige stortkanalen, is dat de laatste planmatig met de bouw moesten worden ingecalculeerd, terwijl uitgebouwde privaten gemakkelijk later konden worden toegevoegd. Dat is waarschijnlijk ook bij Nijenbeek gebeurd. De toren wordt voor het eerst vermeld in 1266, maar stamt mogelijk al uit 1230. De muren uit deze oudste fase laten met hun 1,60 tot 2,00 meter dikte gemakkelijk inwendige afvoerkanalen toe, maar die zijn er voor zover bekend niet. Pas toen de toren in de periode tussen 1361 en 1371 werd uitgebreid ging men tot de aanleg van uitgebouwde privaten over. Opmerkelijk is dat we uit de bronnen weten dat bij Nijenbeek ook ooit als latrines functionerende `houten nestkastjes’ aan het muurwerk waren opgehangen. Zeer bijzonder. Ook het praktisch aspect, dat uitgebouwde kokers het mogelijk maakten een voorlandje of talud tegen de kasteelmuren aan te leggen, moeten we niet onderschatten. Zo’n voorlandje beschermde namelijk het muurwerk op de waterlijn, maar blokkeerde natuurlijk ook een eventueel inwendig latrinekanaal. Tot slot springt in het oog dat belangrijke kastelen en woontorens vrijwel nooit een gemak in het woon- of zaalgedeelte bezaten, al wees Taco Hermans me op de spreekwoordelijke uitzondering: het privaat in de woonkamer van kasteel Duurstede. Aan de buitenzijde moesten de uitgebouwde toiletkokers de status van de bewoners dus benadrukken, maar binnen in de meest representatieve ruimte werd men toch liever niet met dergelijke zaken geconfronteerd.

Dit artikel verscheen eerder in het blad Kasteel&Buitenplaats nr. 48, maart 2015. Lees hier het artikel.