Skip to main content

De verboden liefde van Maria van Wassenaer

Kasteel Duivenvoorde | Zuid-Holland

25 februari 2026 | Kasteel Duivenvoorde


Bent u klaar voor het echte Romeo en Julia-verhaal van Duivenvoorde? In het Goudleerkabinet van het kasteel zien we vijf portretten uit het gezin van bouwheer Johan van Wassenaer. We zien hem, zijn tweede echtgenote Clara, hun dochter en twee dochters uit zijn eerste huwelijk. Maar er mist een portret: dat van Johans dochter Maria.

Maria van Wassenaer was 21 toen zij in 1639 Wolf Hendrik Salzer von Elwingen ontmoette. Maria was al snel stapelverliefd, maar met één groot probleem: Wolf was niet van adel. Zíj was een dochter van de hoge edelman Johan van Wassenaer, híj ‘slechts’ een knecht van een Poolse banneling. Toch was Maria vastbesloten om te trouwen met haar grote liefde.

Maria werd verliefd op Wolf Hendrick Saltzer von Elwingen uit Odernheim in Lotharingen. De toevoeging ‘Von Elwingen’ moet door Wolf zijn bedacht om te verbloemen dat hij niet van adel was. Hij was dus niet ‘von adelichen herkommen’ en voor haar vader geen goede partij voor Maria. Wolf was de dienaar van Poolse edelman die in Den Haag woonde en bevriend met het huis-personeel van de Wassenaers aan de Kneuterdijk. Zo leerde hij Maria kennen. Buiten het zicht van haar familie ontstond een hartstochtelijke liefdesaffaire. Maria was vastbesloten om met haar geliefde te trouwen, maar Maria’s familie schuwde geen middel om deze mesalliance te voorkomen: eer en aanzien waren kostbaar en dit huwelijk zou de Wassenaers ernstig schaden. De familie behoorde tot een van de oudste adellijke geslachten van Nederland, vader Johan was een invloedrijk bestuurder in het Haagse en vertrouweling van prins Maurits en een smet op zijn dochter betekende een smet op zijn aanzien.

Maria en Wolf gingen er vandoor maar werden gevonden. Johan van Wassenaer wilde zijn dochter nooit meer zien. Ze kreeg zes jaar kamerarrest. Desondanks bleven de geliefden elkaar schrijven, geholpen door het huispersoneel. In een van de brieven heeft Maria haar trouwbelofte aan Wolf opgeschreven. In april 1645 zag Maria haar vader weer voor het eerst op zijn doodsbed. Johan van Wassenaer vergaf zijn dochter op voorwaarde dat zij zich voortaan zou gedragen “ten meeste contentement van haar staat en geslacht en mede inzonderheid onder de gehoorzaamheid van haar heren broeders”. De broers zwoeren hun vader dat Maria de ‘knecht’ Wolf nooit meer zou ontmoeten. Maria woonde daarna twee jaar in Den Haag bij haar tante Catharina de Hinojosa. Zij hield zich aan haar belofte, maar haar broers verweten de tante laks toezicht omdat Maria volgens hun “dartelheden en andere onbehoorlijke comportementen” beging. Vervolgens woonde Maria bij haar zuster Petronella en zwager Adriaan Van der Mijle in Den Haag. Toen ging het mis met de belofte. Maria en Wolf ontmoetten elkaar in het geheim en Maria raakte zwanger. Toen de broers dit alles ontdekten werd zij op “barbarische’ wijze, naar getuigenis van Maria zelf, met een schip naar het dolhuis in Delft gebracht. Tijdens de tocht raakte ze zo buiten zinnen dat de broers dachten dat zij onder hun handen zou sterven.

Tante Catharina en Wolf probeerden Maria via het Hof van Holland uit het dolhuis te krijgen. Wolfs verzoek om de schriftelijke trouwbelofte die Maria hem had gedaan kerkelijk te mogen laten bevestigen liep op niets uit. Toen de zaak voor het Hof diende kwam Wolf niet opdagen omdat de gerechtsdienaar hem niet had verwittigd. Maria’s broers bleken hier meer van te weten. Het Hof volgde de visie van de broers op het verzoek van Wolf en nam de kwestie niet in behandeling. Toen de broers ontdekten dat Maria ook in het dolhuis met

Wolf bleef schrijven werd zij opnieuw verbannen en per schip naar Arnhem vervoerd waar haar halfzuster Theodora en zuster Elisabeth woonden. Haar broer Willem dreigde op het schip haar dood te steken als ze Wolf niet liet vallen. Maria weigerde. Ze zat vijf weken gevangen op een Arnhemse zolderkamer. Soms raakte ze zo buiten zinnen dat ze met vier man in bedwang moest worden gehouden. Volgens Maria kwamen de aanvallen door wat haar allemaal was aangedaan. Maria wist met hulp van Wolf te ontsnappen. Ze vluchtten naar Huissen om daar te trouwen maar kwamen niet ver. Haar gealarmeerde zusters stuurden ruiters achter hen aan en Maria werd opgesloten in gevangenis de Janspoort. Dat kon omdat Maria’s zuster Elisabeth de schoondochter was van een raadsheer van het Hof van Gelre. Een dag later brachten de zusters Maria naar kasteel Rosendael. Ze eisten een schuldbekentenis van Maria van 400 gulden omdat zij dat aan de ruiters hadden moeten betalen. Maria zou haar vrijheid terug krijgen en ten afscheid kreeg ze een judaskus en tien gulden reisgeld. Ze werd naar een kaagschip in Rheden gebracht. Maar ze was misleid en kwam niet vrij. Het schip diende als varende gevangenis en voer wekenlang op de IJssel, de Lek en de Zuiderzee. Maria sliep onder een smerig dekzeil op de planken.

De schipper kreeg bericht dat hij zijn gevangene naar Sas van Strijen aan het Hollands Diep moest varen. Daar lag een zeeschip klaar om haar naar Guinee in Afrika te brengen. Op het nippertje is Maria gered door de tussenkomst van een Arnhemse herbergier. Niemand weet waarom. Het schip werd in Strijen door hem en de schout opgewacht. De sluismeester sloot de sluis en het schip kon geen kant op. Maria werd onder geweld bevrijd en in alle haast goed verstopt want gouverneur Van der Mijle van Willemstad (Maria’s zwager) had 25 gewapende mannen op haar afgestuurd. Maria dook onder in Oud Beijerland. Ze was er inmiddels ook achter dat het zeeschip haar naar Venetië had moeten brengen waar ze zou worden verkocht als blanke slavin voor de Afrikaanse markt. Maria reisde in het geheim naar Arnhem. Ruiters van zwager Van der Mijle achtervolgen haar maar vonden haar niet. Zij kwam onder bescherming van de stedelijke overheid en de akte met huwelijkse voorwaarden werd opgemaakt. De broers verzochten het Hof van Gelre om de predikant en de kerkenraad te gelasten geen huwelijk te sluiten voordat het huwelijk in Den Haag zou worden geproclameerd. Door hun invloed in Den Haag zou die proclamatie bijna zeker niet worden afgekondigd.

Maria – inmiddels hoogzwanger – en Wolf haastten zich om haar familie voor het Hof van Gelre te dagen. Van beide kanten werd grof juridisch geschut in stelling gebracht. Het lukte de broers niet om het huwelijk tegen te houden. Het stel trouwde op 11 maart 1649 in Oosterbeek. Hun kind was al voor het huwelijk geboren en gestorven. Het echtpaar Saltzer-van Wassenaer trok in bij Wolfs moeder in Lotharingen. In 1652 kregen zij een dochtertje en daarna nog een. Niet veel later stierf Maria. Het jaar van haar overlijden is niet bekend. De weduwnaar Wolf hertrouwde in 1658.

Op Duivenvoorde bleef van Maria geen enkel spoor. Hoewel van haar hele gezin portretten zijn overgeleverd, ontbreekt dat van Maria. In de familiebijbel stond achter haar naam enkel de aantekening ‘jong gestorven’. Zij werd uit de familieannalen geschreven. In de ogen van haar familie had de jonge Maria nooit bestaan.

Afbeeldingen:
Aangeleverd door Kasteel Duivenvoorde


Over de VriendenLoterij Kasteelprijs
Dankzij een genereuze bijdrage van de VriendenLoterij reikt Stichting Dag van het Kasteel ook aankomend jaar weer de VriendenLoterij Kasteelprijs uit. De prijs sluit aan bij het thema van het jaarlijkse festival Dag van het Kasteel, dat tijdens het Pinksterweekend plaatsvindt. Het thema van 2026 is ‘Liefde’, waarbij de focus ligt op intermenselijke relaties op erfgoedlocaties. De VriendenLoterij Kasteelprijs draagt dit jaar daarom het thema ‘Het mooiste liefdesverhaal’. Meer informatie over de prijs is te vinden via onze kanalen.

In 2025 ging de prijs naar Landgoed de Wiersse met het thema ‘De meest bijzondere tuin van Nederland’. En in 2024 won Landhuis Oud-Amelisweerd in Bunnik (UT) met het thema ‘Het Beste Kasteelrecept van Nederland’.

De VriendenLoterij Kasteelprijs wordt mogelijk gemaakt dankzij de deelnemers van de VriendenLoterij.

Thema Dag van het Kasteel 2026: Liefde
‘Liefde!’ is dit jaar het thema van Dag van het Kasteel. Voorafgaand aan en ín het Pinksterweekeinde (22 t/m 25 mei 2026) openen traditiegetrouw meer dan honderd erfgoedlocaties hun deuren. Meer informatie over het thema: Thema 2026 – Dag van het Kasteel

St