fbpx

De ware glans van Amerongen

Amerongen | utrecht :Utrecht

21 oktober 2021 | Judith Kuipéri


In het trappenhuis van kasteel Amerongen kijkt ze vriendelijk glimlachend op je neer. Met haar rechterhand houdt ze een wapperende sjaal op zijn plaats. Haar dure kleding en sieraden verraden haar status. Het is Margaretha Turnor vrouwe van Amerongen (1613-1700). Haar japon, afgezet met goudstiksel, en haar kapsel zijn naar de mode van 1660. In dat jaar werden de portretten van haar en haar man Godard geschilderd. Godard van Reede was diplomaat en hij zou later dat jaar vertrekken naar Spanje. Bij die gelegenheid liet het echtpaar zich vereeuwigen. Het zijn geslaagde portretten. Joost van den Vondel roemde Van Reede nog in een van zijn gedichten als ‘de Glans van Amerongen’. Helaas bezong hij alleen het portret van haar man, Margaretha bleef onbenoemd. Na enige omzwervingen zijn de schilderijen hier terechtgekomen in het trappenhuis, want na 1660 zouden de levens van Margaretha en Godard ingrijpend veranderen. 

Haar gezin
Margaretha was in 1643 getrouwd met de acht jaar jongere Godard van Reede. Het echtpaar woonde ‘s zomers in Amerongen en in de winter trokken ze naar de stad: naar Utrecht of op de Kneuterdijk in Den Haag. Zij was vermogend. Hij erfde niet alleen de adellijke titel van zijn vader, maar ook zijn schulden die meer dan 100.000 gulden bedroegen. Maar samen zouden ze het wel redden.  

In de zomer van 1644 werd hier in Amerongen hun enige zoon geboren, Godard junior. Hij werd militair en vocht in de strijd om Woerden in de legers van prins Willem III van Oranje. Haar schoondochter en haar kleinkinderen trokken bij haar in. Margaretha’s man was een van de belangrijkste diplomaten van de Staten-Generaal. Vanwege zijn werk was hij meestal in het buitenland. Daar onderhandelde hij met de hoven van Engeland, Spanje, Denemarken, Zweden, Polen en met de Duitse vorsten. Omdat er 490 brieven van Margaretha aan Godard bewaard zijn gebleven, weten we veel over haar leven in Amerongen. Het oude kasteel waarin ze woonden, was een verstevigde burcht die nog stamde uit de 13e eeuw. Hij werd door de eeuwen heen een aantal malen verwoest en herbouwd. Ook Margaretha liet het kasteel meermaals renoveren en uitbreiden. In brieven stelde ze haar man op de hoogte en legde hem een aantal beslissingen voor. Hij stemde in met al haar voorstellen voor de verbouwingen die geheel naar haar inzicht werden uitgevoerd. Hun land verpachtten ze aan boeren die er tabak teelden en tabaksschuren bouwden waarin de bladeren droogden. Ze hadden bosland, weidegrond en boomgaarden. Regelmatig werd er op hun terrein gejaagd door Godard en zijn vooraanstaande vrienden. 

Haar vlucht 
Als in juli 1672 de legers van Lodewijk XIV Amerongen binnenvallen, staat Margaretha er alleen voor. Haar man is in Brandenburg om troepen te ronselen voor Willem III. Haar zoon is gevlucht met zijn gezin naar Utrecht. Huurlingen in dienst van het Franse leger, plunderden de dorpen Rhenen en Amerongen. De inwoners verlieten halsoverkop het gebied. In de nacht van 12 op 13 juli 1672 ontvluchtte ook Margaretha kasteel Amerongen. Het zou de laatste keer zijn dat ze het in volle glorie zou zien. Ze trok naar Amsterdam. Want Holland was niet gevallen voor de Franse troepen omdat de waterlinie in werking was gesteld en het water het achterland beschermde. In een pas gebouwde wijk van Amsterdam betrok ze met haar schoondochter en kleinkinderen een eenvoudig huis aan de Nieuwe Herengracht. Ze nam haar kostbaarste bezittingen met zich mee. 

De ramp
De Maarschalk van het Franse leger, de hertog van Luxemburg had met 30.000 soldaten de stad Utrecht bezet en kreeg zo de macht in handen. Al gauw ontving Margaretha van hem het bevel terug te keren naar Amerongen, maar ze weigerde. Ook Godard werd geëist zich te voegen naar Lodewijk XIV. Als hij weigerde, zou hij ‘12.000 Rijcksdaelders, 100 mudden Haver, 200 voeder Hoy, en 300 waghens Stroo’ moeten betalen en wel binnen acht dagen, anders werd kasteel Amerongen platgebrand. Toch bleef het kasteel nog enkele maanden gespaard. De top van het Franse leger nam in december 1672 er zelfs nog zijn intrek in. Maar begin 1673 eiste de hertog van Luxemburg nog steeds 3.000 gulden en dreigde opnieuw het kasteel plat te branden. Margaretha kwam met een tegenbod van 2.000 gulden, maar het mocht niet baten. In februari maakte hij zijn dreigementen waar en werd het kasteel verwoest door brandstichting. Ook de bijgebouwen en de landerijen moesten eraan geloven. Op 2 maart 1673 staat in de Oprechte Haerlemsche Courant: ‘Uytrecht den 26 February. Het Huys van den Heer van Amerongen, binnen de Heerlijckheydt van Amerongen staende, hebben de Fransse in de brandt gesteecken en geheel geruineert.’  

De ooggetuige 
Op Margaretha’s verzoek beheerde Jan Quint sinds haar vlucht het kasteel. Hij was de substituut-drost en schout van de hoge heerlijkheid Amerongen. Op 18 mei 1675 werd zijn verklaring over de ramp vastgelegd in een document. Hij getuigde dat ‘den koninck selfs in persoon, den hartogh van Orleans sijn logement Op ’t huijs t’ Amerongen heeft genomen’. Hij vervolgt zijn verhaal met een beschrijving van de situatie. Hem werd vaak gevraagd waar de heer des huizes was en dan antwoordde hij steevast dat hij dat niet wist. Ondanks dat Quint ervoor zorgde dat er een document opgesteld werd dat het huis bescherming moest bieden, kwamen 10 à 12 soldaten van de hertog van Luxemburg naar het huis. De dorpelingen die er hun toevlucht hadden gezocht, werden gemaand te vertrekken omdat het huis in brand gezet zou worden. En inderdaad, al gauw droegen de mannen hout en stro naar binnen. Ze stapelden het op in de torens en in de zalen van het kasteel. Daarop staken ze het in brand. Ook de voorburcht werd platgebrand ondanks dat de bewoners hun dwangsom hadden betaald. En nu twee jaar later schatte Quint de schade op 100.000 gulden, nog afgezien van de schapen en ossen die de soldaten roofden en de oogst die vernietigd werd.  

De bouwvrouwe
Het huidige kasteel Amerongen hebben we vooral te danken aan Margaretha Turnor. Toen de Fransen in 1674 waren vertrokken, keerde ze terug naar Amerongen. Zij en haar man kochten de nabijgelegen ridderhofstad Lievendaal die toen al grotendeels tot ruïne was vervallen. Van daaruit gaf Margaretha, bij veelvuldige afwezigheid van haar man, leiding aan de herbouw van huis Amerongen. Als ze de toren van Lievendaal beklom, kon ze zien hoe er een statig huis verrees op de fundamenten van het oude kasteel. Het nieuwe huis werd geheel ontworpen in de populaire bouwstijl van het Franse Versailles, het paleis van de man die alle ellende veroorzaakt had: Lodewijk XIV.  

Dankzij schadeloosstellingen en de diplomatieke contacten van Godard konden ze over veel bouwmaterialen beschikken. Zo schonk de keurvorst van Brandenburg 800 eikenbomen uit de omgeving van Berlijn, om te gebruiken als timmerhout. De bomen werden op vlotten helemaal van Hamburg naar Amsterdam getransporteerd. De vorst van Anhalt wilde niet onderdoen en schonk hout en glas voor de bouw en uit Bremen kwamen zendingen hardsteen. De bakstenen kwamen van eigen land. Daarvoor werd er op de uiterwaarden van de Rijn een steenbakkerij met twee ovens gebouwd. 

De zwakke sekse
Godard had nauwe contacten met de Oranjes. Hij onderhield correspondentie met Johan Maurits van Nassau-Siegen (de bouwheer van het Mauritshuis) over de bouw van het nieuwe kasteel. Godard legde hem bouwtekeningen voor en overlegde over de keuzes die hem voorlagen. De stadhouder, prins Willem III kwam een aantal malen kijken naar de vorderingen van de bouw onder leiding van Margaretha. Hij was in die tijd ook volop aan het bouwen: eerst de verbouwing van paleis Soestdijk en daarna de nieuwbouw van een jachtslot in Apeldoorn, het latere paleis ’t Loo. De prins sprak lovend over de vorderingen van de bouw in Amerongen. Godard ondertussen was bang dat daardoor zijn vrouw werd aangespoord om te veel geld uit te geven. In een brief aan Johan Maurits van Nassau-Siegen schrijft Godard op 19 oktober 1677 dat hij hoopt dat haar plannen niet te groots zijn en dat hij vreest dat de herbouw van het kasteel zijn bankroet zou betekenen. Bovendien vindt hij het maar niets dat een vrouw leiding geeft aan de bouw. Over zijn vrouw schrijft hij: ‘De Vrouw van Amerongen die de Swackheijt van hare Sexe is onderworpen, ende welke Sexe selden ijets goets of considerabels in de Werelt verricht.’ Ondanks haar ‘zwakheid’ kwam het kasteel gereed in 1689 en werd een jaar later Lievendaal gesloopt. 

Het einde
Op 9 oktober 1691 stierf Godard na een ziekbed in Kopenhagen. Zijn lichaam werd op een oorlogsschip overgebracht naar Amerongen om daar te worden begraven in de Andrieskerk. Margaretha zou tot haar dood in 1700 op Kasteel Amerongen blijven wonen.  

Afbeeldingen
1. Margaretha Turnor, Jurgen Ovens 1660, Stichting Kasteel Amerongen, Amerongen , inv./cat.nr KA 810
2. Amerongen voorzijde. Door Roelant roghman, bron collectie NKS
3. Gezicht op het kasteel Amerongen te Amerongen. Door Roelant Roghman, bron HUA-107277-
4. Bijschrift bij schilderij Godart Van Reede