fbpx

Watergespetter in park van kasteel Rosendael

Rosendael | Gelderland

06 april 2021 | Kristie van Aartsen


Kasteel Rosendael wordt in de archieven voor het eerst genoemd in 1314. Bouwers waren de graven – na 1339 hertogen – van Gelre. Zowel Reinoud I als Reinoud II hebben er geresideerd.

In de 17e eeuw begon men met de tuinaanleg en de bouw van de schelpengalerij. De watertrap met de stroomgoden dateert uit de 18e eeuw, maar met name in de 19e eeuw kregen de vijverpartijen hun huidige vorm. De Bedriegertjes dateren uit de 18e eeuw. Landschapsarchitaect J.D. Zocher jr. maakte in 1836 het ontwerp voor het huidige park. Hij nam de diverse speelse tuinonderdelen, zoals de Bedriegertjes en de schelpengrot in zijn ontwerp op.

Cascade met stroomgoden, ca. 1725
Twee marmeren figuren zien toe hoe stromend water de hoogste vijver van Rosendael vult. De Veluwezoom is rijk aan beken en sprengen, die het land van oudsher uiterst geschikt maakten voor bewoning. Het betekent schoon drinkwater, het vulde de grachten ter verdediging van de huizen  en het leverde energie voor de vele molens. Maar water was niet alleen nuttig. Het kon bijdragen aan de verfraaiing van de tuin, park en landgoed.

De heuvelachtige ligging bemoeilijkte bij Rosendael de aanleg van een streng geometrisch tuin zoals in de zeventiende eeuw mode was, maar dankzij de waterdruk klonken er klaterende watervalletjes en fonteinen. Rosendael was er om vermaard en werd bezongen in lofdichten van Constantijn Huygens, de secretaris van Willem III. De Koning-stadhouder en Mary Stuart bezochten Rosendael. Zij schonken tuinsieraden; een hofkabinet en een belvedère op de naastgelegen Koningsberg om de tuin te kunnen overzien. Daniel Marot, die voor hen werkte aan het imposante jachtslot en de tuin naast Het Oude Loo, ging aan het werk voor Rosendael.

Vanaf 1720 werd Marot door Lubbert Adolf Torck betaald om op Rosendael te werken. Waarschijnlijk ontwierp hij de theekoepel en ornamenten waarbij water een rol speelde zoals deze cascade. Beeldhouwer Michiel Moser maakte figuren, die liggen op kruiken waaruit water kan stromen. Het zouden de goden Neptunus en Mercurius kunnen zijn. Vergelijkbare beelden op Het Loo verwijzen naar rivieren, zoals de Rijn en IJssel. In alle gevallen betuigen zij eer aan stromend water, stroomgoden.