Skip to main content

Hild, de verborgen liefde van een monnik

De Schierstins | Friesland

21 mei 2026 | De Schierstins


Eeuwenlang werd gesproken over een schat onder de vloer van de torenkelder van de Schierstins. Bij iedere renovatie zette men hoopvol de schop in de grond. Gouden dukaten? Zilveren schalen? Maar dit is geen verhaal over goud.

Broeder Johannes boog zich over zijn Bijbel, maar raakte steeds afgeleid. Vanuit één van de oude schietgaten waaide een koude, gure lucht de toren in. De juten zakken die de monnik voor de gaten spijkerde, waren door de harde wind kapotgegaan. Ze hielpen nauwelijks tegen de noordenwind die over het land raasde. Johannes wierp een blik naar buiten. Was hij seconden eerder of later geweest, dan hadden zijn ogen niet de blik gekruist met de jonge vrouw die aan de overkant van de gracht haar mantel nog wat hoger optrok om zich tegen de kou te beschermen. Ze glimlachte. Johannes’ hart sloeg een slag over. De jonge vrouw liep verder.

Johannes sloot zijn ogen. Het was maar één glimlach, en toch voelde het alsof er iets was gebeurd dat niet had gemogen. Hij sloeg een kruis en dwong zijn blik terug naar de bladzijden voor hem, maar de woorden van het Schrift bereikten hem niet meer.

Die nacht sliep hij onrustig. De wind huilde om de toren. Johannes lag wakker en luisterde. Niet naar de wind, maar naar zijn eigen ademhaling, die sneller ging dan hij zou willen.

De dagen daarna zocht hij haar niet. Hij bad langer, vastte strenger en werkte zwijgzamer dan ooit. Toch was zij in zijn gedachten. Hij zag haar handen voor zich, rood van de kou. Haar glimlach, niet voor hem bedoeld, maar toch aan hem gegeven.

Pas een week later kruisten hun blikken elkaar opnieuw. Zij stond bij de gracht, deze keer alleen. Ze keek hem aan en aarzelde even, alsof ze niet zeker wist of hij werkelijk was wie ze zocht. Toen hief ze haar hand.

Hij had zich kunnen omdraaien. Maar haar blik hield hem vast. Ze liep langs de gracht naar de oude ophaalbrug, waar de broeder haar tegemoet ging.

‘Broeder?’ Haar stem was zacht, maar helder. Van dichterbij leek ze jonger dan hij had gedacht. Haar mantel hing los om haar schouders; haren waren door de wind ontsnapt aan hun vlecht. ‘U… u mag hier niet zijn,’ zei hij. Hij wilde standvastig klinken, maar zijn stem verraadde hem. Ze knikte. ‘Dat weet ik. Mijn naam is Hild.’ De naam bleef tussen hen hangen. Hij zei niets. Monniken leerden zwijgen. Maar hij was ook maar een man.

‘Ik zag u kijken,’ vervolgde ze. ‘En ik wilde weten wie u was.’ Hij slikte. ‘Dat had u niet moeten doen.’ ‘Nee,’ zei ze. ‘Waarschijnlijk niet.’ Ze lachte niet. Ze keek hem aan zoals mensen elkaar aankijken wanneer ze beseffen dat er geen weg meer terug is. Even stonden ze daar, aan weerszijden van een grens die niet zichtbaar was, maar des te voelbaarder. De wind trok aan haar mantel. Johannes voelde hoe zijn handen trilden in de mouwen van zijn pij. Toen boog zij haar hoofd, een kort, bijna verontschuldigend gebaar. Ze draaide zich om en liep verder, de wereld in die voor haar openlag.

Johannes keek haar na tot zij uit het zicht verdwenen was.

Vanaf die dag zag hij haar niet meer. Of hij durfde niet meer te kijken. Hij hervatte zijn taken, precies zoals ze hem waren opgedragen. Hij bad, hij werkte, hij zweeg. Alleen ’s nachts, wanneer de toren kraakte en de wind door de kieren glipte, keerde zij terug in zijn gedachten. Dan zag hij haar haren dansen in de wind, hoorde hij de zachtheid van haar stem. Hij sprak haar naam niet hardop. Niet in gebed, niet in zichzelf. Alsof hij wist dat woorden haar alleen maar dichterbij zouden brengen, terwijl afstand het enige was wat hij haar kon bieden. Maar als hij zeker wist dat niemand hem kon horen, fluisterde hij haar naam: ‘Hild.’

In de weken die volgden, herstelde hij de vloer van de torenkelder. Een losse plank, een verzakte steen, werk dat geen uitstel duldde. Hij werkte langzaam en zorgvuldig. Voordat hij de laatste steen teruglegde, bleef hij even staan. Zijn hand rustte op de koude vloer. Onder die steen liet hij een brief achter. Met die brief begroef hij iets wat nooit had mogen groeien: een verlangen dat alleen van hem was geweest.

Hild,

Deze woorden zijn niet geschreven om gevonden te worden.
Maar omdat zwijgen te zwaar wordt om te dragen.

Ik heb u gezien.
Niet zoals men velen ziet in een leven,
maar zoals men slechts één keer ziet
wat nooit meer verdwijnt.

Wat ik kende was plicht, orde, stilte.
Wat ik niet kende, was dit.

Sindsdien was niets meer stil in mij.
Mijn handen wisten niet meer waar zij moesten rusten.
Mijn gedachten keerden steeds terug,
zelfs wanneer ik ze wegzond in gebed.

Ik zal niemand anders liefhebben.
Niet omdat ik dat niet zou mogen,
maar omdat dit genoeg is geweest
voor een heel leven.

Wat ik voelde had geen plaats in dit huis
en geen recht van bestaan in mijn dagen.
Daarom heb ik het hier gelaten,
onder steen en aarde, waar niets groeit
en alles zwijgt.

Mocht u ooit aan mij denken,
laat het dan zijn als aan iemand
die u heeft laten gaan.

Dat is het enige wat ik u kon geven.

Afbeeldingen:
Aangeleverd door De Schierstins


Over de VriendenLoterij Kasteelprijs
Dankzij een genereuze bijdrage van de VriendenLoterij reikt Stichting Dag van het Kasteel ook aankomend jaar weer de VriendenLoterij Kasteelprijs uit. De prijs sluit aan bij het thema van het jaarlijkse festival Dag van het Kasteel, dat tijdens het Pinksterweekend plaatsvindt. Het thema van 2026 is ‘Liefde’, waarbij de focus ligt op intermenselijke relaties op erfgoedlocaties. De VriendenLoterij Kasteelprijs draagt dit jaar daarom het thema ‘Het mooiste liefdesverhaal’. Meer informatie over de prijs is te vinden via onze kanalen.

In 2025 ging de prijs naar Landgoed de Wiersse met het thema ‘De meest bijzondere tuin van Nederland’. En in 2024 won Landhuis Oud-Amelisweerd in Bunnik (UT) met het thema ‘Het Beste Kasteelrecept van Nederland’.

De VriendenLoterij Kasteelprijs wordt mogelijk gemaakt dankzij de deelnemers van de VriendenLoterij.

Thema Dag van het Kasteel 2026: Liefde
‘Liefde!’ is dit jaar het thema van Dag van het Kasteel. Voorafgaand aan en ín het Pinksterweekeinde (22 t/m 25 mei 2026) openen traditiegetrouw meer dan honderd erfgoedlocaties hun deuren. Meer informatie over het thema: Thema 2026 – Dag van het Kasteel