fbpx

Met de trekvaart tot aan Epemastate

Epemastate | Friesland

30 maart 2021 | Alice Duiven


Tot 1875 kon je met de boot (de trekschuit) bij de Epema State komen via een opvaart van de Franeker (Trek)Vaart. Zo kon bijvoorbeeld turf worden afgeleverd bij de state. De trekvaart vormde de hoofdader tussen Sneek en Franeker.

Ook de wat verder van de vaart af gelegen Friese boerderijen had zo’n eigen opvaart, vergelijkbaar met een afrit van de snelweg, voor -onder meer- het twee keer per dag vervoeren van melk. Zo bestond Friesland uit een stelsel van waterwegen en kanalen, waardoor alles en iedereen makkelijk(er) bereikbaar was via het water (dan via de weg). Internationale reizigers staken in die tijd dan ook de loftrompet over het Nederlandse stelsel van openbaar (water)vervoer met de trekschuit.

Waterwerk
Sneek was in de 17e tot en met de 19e eeuw de spin in het web in waterland Friesland en IJsbrechtum ligt er vlak naast. Alle vervoer rondom Sneek vond in die periode over water plaats, omdat er geen wegen waren of deze waren slecht te berijden. In de natte periodes van oktober tot april kon de koets namelijk tot de as in het water staan. Ook regenten waren dan gedwongen zich onder het gepeupel te begeven, want in Friesland werd (in tegenstelling tot in Holland) geen onderscheid gemaakt tussen 1e en 2e klas reizen met de (openbare) trekschuit. Deze vorm van personen- en goederenvervoer was dan ook van groot belang voor de Nederlandse economie van de Gouden Eeuw.

Aangenaam
Ook het personenvervoer vond dus tot ver in de 19e eeuw grotendeels over het water plaats. Het was aangenaam vertoeven op de trekschuit: het was er gezellig (je sprak nog eens iemand en hoorde nieuwtjes), er mocht gerookt worden aan boord, je werd niet zo door elkaar geschud (als in een koets) èn (niet onbelangrijk) de trekschuiten voeren (in tegenstelling tot de postkoetsen in die tijd) op tijd. Wel zo fijn als je de reis goed wilde plannen. En het was ook nog eens lekker goedkoop; één paard trok 30 personen in een trekschuit.

Eigen trekjacht
De bewoners van de Epemastate reisden niet met de openbare trekschuit. Zij beschikten over een eigen trekjacht. De Friese adel beschikte vaak over zo’n luxe eigen trekjacht: een spiegeljacht of boeier. Hiermee werden ook tochten naar Holland gemaakt. De Epemastate beschikt(e) over een prachtig koetshuis. Koetsen waren voor de happy few; een postkoets met acht personen moest namelijk al snel twee paarden inspannen. Op de Epema State woonden Grietmannen, die bestuurlijke taken uitvoerden in Leeuwarden. Voor een enkele reis waren zij dan al snel drie uur onderweg met de koets (even snel als met de trekschuit overigens) in die tijd.

Slotgracht
De omgracht van de Epemastate heeft nooit een verdedigingsfunctie gehad, ook al is de Epemastate wel meerdere keren aangevallen geweest. Zo viel in 1672 Bommen Berend uit Grun de Epemastate binnen en was de state in 1747 het doelwit van pachters tegen belastingheffing (tijdens het Doelistenoproer). De gracht is ook te smal om in te zetten voor verdediging; je kunt er bij wijze van spreken al fierljeppend over heen (springen). De gracht was en is nog steeds een teken van deftigheid en status, niet functioneel maar om te wandelen en flaneren.

In een uur tijd loopt u rondom de slotgracht van de Epemastate te IJsbrechtum (ten westen van Sneek gelegen) en langs de Waterstaatskerk van de adellijke familie Van Eysinga (nazaten van de eerste bewoners) in het dorp. De oorsprong van de state ligt in het begin van de 17e-eeuw en het heeft na diverse grote verbouwingen, in 1895 zijn huidige uiterlijk gekregen. Sinds 1651 is het in het bezit van de grietman (vergelijkbaar met burgemeester) Duco Mantena van Burmania.

Wilt u de Epema State of het kerkje van IJsbrechtum van binnen bezoeken? Zie https://www.uitzinnig.nl/uittips/351/epema-state.aspx