fbpx

Verdedigen of overgeven? Kastelen in het Rampjaar

Rampjaar 1672 | Nederland

23 september 2021 | Ben Olde Meierink


Hebben middeleeuwse kastelen in het Rampjaar 1672 nog een rol gespeeld in de verdediging tegen de Fransen?

Middeleeuwse kastelen waren in 1672 al minstens anderhalve eeuw niet meer echt te verdedigen. Misschien nog wel tegen een groepje stropende soldaten, maar zeker niet tegen het geschut van een modern Frans leger, dat zelfs in de sterkste kasteelmuren gaten zou slaan. Daarnaast was de militaire rol van kastelen vanaf de zestiende eeuw overgenomen door de steden, die in de loop van de tijd moderne aarden vestingwerken kregen. Ook hierdoor hadden kastelen hun verdedigende functie goeddeels verloren.

Hollandse Waterlinie
Was er dan helemaal geen rol meer weggelegd voor kastelen? Zeker wel. De verdediging van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden concentreerde zich aan de oostzijde van het gewest Holland in de vorm van de Hollandse waterlinie; deze verdedigingslijn was de opvolger van de 1629 aangelegde Utrechtse Waterlinie, die liep van Vreeswijk aan de Lek, over Utrecht, langs de Vecht naar het Muiderslot. De Hollandse waterlinie, die we sinds 1815 de Oude Hollandse waterlinie noemen, was zeer succesvol. De Franse troepen konden de laaggelegen polders van Holland niet veroveren omdat zij geïnundeerd waren. Waar het water niet stond, de hoger gelegen oeverwallen langs de rivieren, dat waren de zwakke plekken in de Hollandse waterlinie.

Verdedigen
Twee nog bestaande middeleeuwse kastelen hebben een belangrijke rol gespeeld in de Hollandse waterlinie. Dat zijn het Muiderslot en Loevestein, middeleeuwse kastelen van de grafelijkheid van Holland en zo strategisch gelegen dat Holland ze ook na de middeleeuwen in stand hield. Dat kon alleen door ze te versterken met hoge aarden wallen, bestand tegen het steeds effectievere geschut. Beide kastelen waren ten tijde van de Opstand (1568 tot 1648, ook bekend als de Tachtigjarige Oorlog) al versterkt met moderne vestingwerken, uitgevoerd met wallen en bastions.

Kasteel Loevestein werd gebouwd vanaf 1360 op de plaats waar Maas en Waal samenvloeien. Het kasteel was en bleef van zeer strategisch belang, wat blijkt uit de versterking van de voorburcht in het eind van vijftiende eeuw met een aarden wal, gecombineerd met een grote ronde kruittoren. De wal werd rond 1600 verhoogd en verbreed en voorzien van voor die tijd moderne bastions. Loevestein bleef een belangrijke landsheerlijke versterking, die in 1672 door de Franse generaal Turenne tevergeefs werd opgeëist. De commandant van Loevestein weigerde het kasteel op te geven. Generaal Turenne zag al snel in dat hij het strategisch gelegen kasteel zonder grote verliezen aan Franse zijde niet kon veroveren.

Ook het in het noorden van de Oude Hollandse waterlinie gelegen Muiderslot speelde in 1672 een belangrijke rol bij de bescherming van Holland. Het kasteel was gesticht door de Hollandse graaf Floris V aan de monding van de rivier de Vecht. Ongetwijfeld om de noordelijke Vechtstreek te beheersen, maar ook om invallen vanaf de Zuiderzee te voorkomen. Ook hier voldeden de zware muren en grachten maar ten dele. Rond 1600 werden het kasteel en de voorburcht omgeven door de nog bestaande vesting met aarden wallen en bastions. Johan Maurits van Nassau-Siegen, de bouwheer van het Mauritshuis betrok het kasteel. Hij liet de Zuiderzeedijk en de westelijke Vechtdijk doorsteken, waarna het kasteel en de stad Muiden binnen vijf dagen als een eiland in de zee kwamen te liggen. Het kasteel werd bovendien met ‘zulk een menigte stukken geschut en palissaden’ versterkt. Ook het Muiderslot werd niet door de Fransen veroverd.

Overgeven
Het belangrijke, uit het begin van de vijftiende eeuw daterende kasteel Woerden en de bijbehorende stad, die samen door een gemeenschappelijke vestinggordel waren omgeven, werden wel ingenomen. Door de inundatie kon het Franse leger van de polders ten westen van de stad echter niet verder optrekken langs de Oude Rijn.

Andere gemoderniseerde kastelen als Duurstede, Buren en Nederhemert hadden weerstand kunnen bieden. Zij vielen echter zonder slag en stoot in handen van het Franse leger. De inname van het in 1577 met moderne versterkingen voorziene kasteel Duurstede was voor de Fransen blijkbaar van propagandistische waarde. De Fransen lieten van het kasteel een tekening maken die was bedoeld om als voorbeeld te dienen voor gobelins met grote krijgsdaden van de Zonnekoning.

Met of zonder kleerscheuren
De manier waarop deze kastelen hun inname doorstaan hebben, verschilt echter enorm. Het middeleeuwse kasteel Duurstede had in 1672 nog daken getuige de tekening die in het rampjaar van het kasteel werd gemaakt. Op een ets van het kasteel uit 1700 is echter te zien dat de daken inmiddels waren verdwenen en slechts de zwaarste muren nog overeind stonden. Het renaissance-kasteel van Buren daarentegen heeft het Rampjaar zonder kleerscheuren overleefd.

Samenvattend kunnen we stellen dat een tiental kastelen in 1672 nog verdedigd kon worden dankzij moderne aanpassingen, zoals Loevestein en Muiderslot. Maar lang niet al deze kastelen zetten hun verdedigende kwaliteiten in. De meesten werden zonder slag of stoot overgegeven aan de Fransen in het Rampjaar 1672.